Onderbouw De leeractiviteiten voor de onderbouw (groep 1 en 2) worden in vier leerdoelen onderscheiden: taalactiviteiten, werken met ontwikkelingsmateriaal, expressie-activiteiten en bewegingsactiviteiten. De nadruk ligt hierbij op het spelend en ontdekkend leren. Aan de hand van thema's komen alle aspecten die van belang zijn voor de ontwikkeling van het jonge kind aan de orde. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de taalmethoden 'Schatkist' en 'Idee'. Ook begrippen die behandeld worden in het 'leerling-volgsysteem voor groep 2/3' worden als uitgangspunt gebruikt bij het plannen van de les. Kleuters leren al doende en tijdens hun spel. Alle activiteiten zijn belangrijk als voorbereiding op het latere lees-, schrijf- en taalonderwijs.
Middenbouw
De middenbouw bestaat uit groep 3, 4 en 5. Groep 3 werkt met de methode 'De Leessleutel'. In het eerste halfjaar worden er elke les twee sleutelwoorden aangeleerd. Er wordt gelezen in het bij de methode horende leesboek en oefeningen gemaakt in het werkboek en op losse werkbladen. Als extra activiteit kunnen de leerlingen zelfstandig opdrachtkaarten maken uit de Sleuteldoos. De groepen 4 en 5 werken uit 'Taal Actief' (per groep twee taalboeken, woordenschatwerkboek en een spellingwerkboek). Ook worden er taalspelletjes gedaan, zoals loco, varia en piccolo. We gebruiken de computer om taalspelletjes te spelen. Thuis lezen de leerlingen Nederlandse boeken, waarover ze in de klas vertellen. Voor eventuele NT-2 leerlingen wordt er gewerkt met de methode 'Horen, Zien en Schrijven', 'Taaljournaal NT-2' en bruikbare oefeningen uit ‘Taal Actief'.
Bovenbouw
In de groepen 6, 7 en 8, de bovenbouw, wordt gebruik gemaakt van de methode 'Taal Actief'. Aangezien de meeste leerlingen in deze groepen reeds geruime tijd in de V.S. wonen of zelfs nooit in Nederland of Belgie hebben gewoond, richten we ons vooral op woordenschatverwerving en actief taalgebruik. De methode bestaat uit een taalboek, extra taalboek, woordenschatschrift en spellingsschrift. Naast deze methode werken de leerlingen aan een 'literatuur-portfolio' waarin boekbesprekingen aan de orde komen, ze werken aan een dagboek. In het laatste lesdeel komen gevarieerde opdrachten aan de orde in circuitvorm: spreekoefeningen, extra taaloefeningen, oefeningen op de computer, begrijpend lezen oefeningen en taalspelletjes. Voor eventuele NT-2 leerlingen wordt er gewerkt met de methode 'Horen, Zien en Schrijven', 'Taaljournaal NT-2' en bruikbare oefeningen uit 'Taal Actief'.
Voortgezet Onderwijs
Leerlingen in het Voortgezet Onderwijs werken met de methode 'Nieuw Nederlands'. Na elk hoofdstuk volgt een overzichttoets. Het doel voor deze leerlingen is om het certificaat 'Nederlands als Vreemde Taal' te behalan. Naast de aangeboden stof bieden we ook extra woordenschatoefeningen aan. We gebruiken hier 'Taalklapper' voor. We werken aan spreekoefeningen en per 4 weken worden de leerlingen geacht een boekverslag in te leveren.